Informatiemodel Cultuurhistorie (IMKICH)

Wat is het?
IMKICH staat voor 'informatiemodel kennisinfrastructuur cultuurhistorie' en moet het model worden voor de opslag en uitwisseling van locatiegerelateerd erfgoed binnen de cultuursector. IMKICH is een van de informatiemodellen die vallen onder de door Geonovem beheerde IMGeo-standaard, waarmee op nationaal niveau geo-informatie wordt uitgewisseld. IMKICH regelt voor de erfgoedsector dat er, naast basis geo-informatie, ook sectorgerichte (geo)data kan worden uitgewisseld. IMKICH is ontwikkeld in het kader van KICH (Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie), een initiatief van het Projectbureau Belvedere (ministerie van VROM), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Directie Kennis Ministerie van LNV en Alterra (Wageningen Universiteit en Researchcentrum). Het project is gericht op het koppelen van landelijke bestanden over archeologische en bouwkundige monumenten met historisch-geografische gegevensbestanden.

Voor welke instellingen en bedrijven?
Gemeenten, provincies, ministeries, rijksdiensten, waterschappen en ingenieursbureaus

Wanneer is het beschikbaar?
De plug-in voor IMKICH is begin 2010 beschikbaar

Lees verder…
Centrale ontsluiting van verschillende informatiebronnen De kennisinfrastructuur Cultuurhistorie kent eigenlijk twee aanleidingen. Ergens in 2000 op een symposium over de toepassing van GIS in de historische geografie, bespraken vier collega’s van vier instellingen de mogelijkheden elkaars informatiebronnen meer geïntegreerd te ontsluiten. Niet alleen zou de toegang tot de bronnen hiermee sterk kunnen verbeteren maar door informatie in een andere context te plaatsen, kan ook de informatiewaarde toenemen. Het ging hier om informatiebronnen uit de historische geografie (Directie Kennis, Ministerie van LNV en Al terra), de bouwhistorie (Rijksdienst voor de Monumentenzorg) en de archeologie (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek). Ook in de beleidsnota Belvedère (1999) werd de toegang tot informatie als een belangrijk knelpunt gezien in het streven naar ‘behoud door ontwikkeling’. De achterliggende gedachte hierbij was dat nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening geen bedreiging voor cultuurhistorie hoeven te zijn maar dat cultuurhistorie gebruikt kan worden om enerzijds de kwaliteit van die nieuwe ontwikkelingen te vergroten en anderzijds de cultuurhistorie meer zichtbaar te maken. Eind 2000 zat het viertal aan tafel bij het projectbureau Belvedère. Vanaf dat moment is de ambtelijke molen gaan draaien. Vanuit het Ministerie van OCW is een aanvraag ingediend in wat toen nog het ICES-KIS programma heette. Doel van deze aanvraag was de totstandkoming van de kennisinfrastructuur. Door tegenvallende aardgasbaten kon deze aanvraag niet gehonoreerd worden maar het projectbureau Belvedère stelde vervolgens wel een subsidie beschikbaar voor het maken van een strategische nota (vier over geel) en een plan. In dit plan werden achttien projecten gepresenteerd die tot doel hadden om tot een kennisinfrastructuur voor de cultuurhistorie te komen en dat met de nadruk op kennis. Het resultaat zou meer moeten zijn dan een verzameling tools voor de overdracht van informatie. Belangrijke onderdelen van het programma waren gericht op het stromen van kennis van zender naar ontvanger, soms met behulp van ICT, maar vooral ook door faciliteiten aan te bieden waarmee deelnemers in de infrastructuur met elkaar in contact konden komen. Omdat dit programma slechts gefaseerd uitgevoerd kon worden, is gestart met de inrichting van een informatie-infrastructuur. Meer gericht op de uitwisseling en toegankelijkheid van informatie en minder op het intermenselijke aspect.

De informatie-infrastructuur
De informatie-infrastructuur is een essentieel onderdeel van de kennisinfrastructuur. Over de definitie van een informatie- infrastructuur (IIS) lopen de meningen nogal uiteen, maar de beste omschrijving is waarschijnlijk: een permanente, structurele voorziening ten behoeve van gegevensuitwisseling en communicatie. De techniek staat niet voorop in een IIS, het is veeleer een stelsel van procedures en modellen tussen de gebruikers van de IIS. Hiermee zijn de gebruikers in staat informatie over te dragen en daar te gebruiken waar dat noodzakelijk is. Techniek is soms nodig voor een praktische implementatie van de IIS. Voorop staat dan dat deze techniek eenvoudig is en dus laagdrempelig toepasbaar. Anders werkt de infrastructuur niet. Omdat techniek ondergeschikt is, is het informatiemodel de kern van de IIS. Dat geldt ook voor KiCH. De wijze waarop informatie binnen het KiCHdomein wordt uitgewisseld, is allesbepalend voor de manier waarop die informatie gebruikt kan worden. Binnen KiCH is daarvoor het Informatiemodel van de Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie ontwikkeld.

Diversiteit van informatie in het cultuurhistorisch domein
De informatie waar het binnen het KiCH-domein over gaat, is zeer divers van aard en kwaliteit. Er zijn instellingen met zeer omvangrijke en in hoge mate gestructureerde bestanden, veelal met een sterk geografisch karakter, en er zijn organisaties die vooral documentaire collecties beheren. Tevens zijn zeer veel gegevensbestanden projectmatig tot stand gekomen, die eenmalig gebruikt zijn en nu een slapend bestaan leiden, terwijl de informatiewaarde hoog is en blijft. Extra gecompliceerd wordt het als databases deels bestaan uit gegevens die ook elders geregistreerd zijn. Wanneer er geen waterdichte systematiek is waarmee objecten naar elkaar kunnen verwijzen dan ontstaat er een diffuus beeld van de cultuurhistorische waarde op een bepaalde plek. Deze diversiteit in het aanbod staat garant voor een geweldige spraakverwarring. Wat de ene partij ‘een collectie’ noemt, heet in het jargon van een GIS-expert een ‘kaartlaag’ of ‘coverage’. Wat de ene partij ‘metadata’ noemt, noemt de andere partij ‘objectgegevens’. Er zijn informatieverzamelingen die beschreven zijn in één enkel Word-bestand. Is dat dan één documentair object of moeten we elk, binnen dit document beschreven, object afzonderlijk beschouwen? En als een database een lap tekst bevat, is die lap tekst dan niet feitelijk een document? Desalniettemin is het toch gelukt binnen een diverse club van experts tot overeenstemming te komen over een geïntegreerd model waarmee deze diversiteit aan informatie uit verschillende bronnen uitgewisseld kan worden.

Geo-informatie: ImKiCH
De eerste versie van ImKiCH is ontwikkeld in 2004. Uitgangspunt voor dit model waren de gegevensstructuren van de deelnemende partijen én het basismodel geo-informatie (NEN-3610). Van het basismodel geo-informatie is ook het model IMRO afgeleid. Dit Informatie Model Ruimtelijke Ordening is bedoeld om ruimtelijke plannen op een eenduidige en gestandaardiseerde wijze te coderen en daarmee integreerbaar en uitwisselbaar te maken. IMRO wordt via het project DURP bij gemeenten, provincies en Rijk geïmplementeerd.De doelgroep van IMRO komt overeen met de doelgroep van KiCH: bureaus voor ruimtelijk ontwerp en planvorming en hun opdrachtgevers, de partijen die de cultuurhistorische informatie nodig hebben in het planvormings- en besluitvormingsproces. NEN3610 garandeert dat daar waar er sprake is van overlap, een in ImKiCH gemodelleerd bestand op dezelfde wijze doorzoekbaar is als een in IMRO beschreven ruimtelijk plan. De eerste versie van ImKiCH beschreef het cultuurhistorisch object. Dit werd gedefinieerd als: ‘een object met een geïdentificeerde cultuurhistorische betekenis dat direct of indirect geassocieerd is met een lokatie relatief ten opzichte van het aardoppervlak’. Omdat de structuur van dit model in hoge mate bepaald is door de onderliggende gegevensstructuren, was de toepasbaarheid zeer beperkt. Feitelijk kon het model gebruikt worden om informatie uit te wisselen tussen de vier deelnemende partijen. Daarbij was het cultuurhistorisch object een verbijzondering van het NEN3610 geo-object. Alleen informatie die direct gekoppeld is aan een geometrie, kon met dit model beschreven worden.

Documentaire informatie: DimKiCH
Binnen de cultuurhistorie gaat het weliswaar over geo-objecten maar dat wil nog niet zeggen dat alle informatie over die cultuurhistorische objecten ook als geo-object beschreven is. Gemeentelijke monumenten zijn veelal vastgelegd in bestanden waarin wel adressen zijn opgenomen maar geen exacte lokatiecoördinaten. Daar waar een cultuurhistorisch object in een artikel of rapport beschreven wordt, is de geo-component zelfs helemaal afwezig. Toch is dit waardevolle informatie die het cultuurhistorisch beeld van het landschap kan aanvullen en verbeteren en daarmee is er een noodzaak deze bronnen uitwisselbaar te maken. Specifiek voor dit doel is het model DimKiCH ontwikkeld. DimKiCH is een metadata-structuur met als basis de Dublin Core metadata-standaard. DimKiCH bevat attributen die vorm en inhoud van een documentair object beschrijven. Omdat ImKiCH specifiek geo-object gericht is en DimKiCH uitsluitend documentair gericht, zijn beide modellen slechts voor een zeer beperkt deel overeenkomstig. Dat heeft gevolgen voor de integrale toepasbaarheid van de modellen.

Voorbeelden van toepassingen:
EXQTE levert u de plug-in om gegevens uit verschillende beheerpakketten samen te voegen in 1 centraal bestand. Om gebruik te kunnen maken van de IMKICH plug-in moet u in het bezit zijn van FME. Hoe werkt de IMKICH plug-in voor FME? Door gebruik te maken van de Workbench (FME) bent u in staat de IMKICH gerelateerde (applicatie) data te importeren in de Workbench. De FME Workbench bevat een verzameling transformers die elk een bepaalde actie uitvoeren op de data die door de transformer stromen. Door deze transformers te combineren in een stroomschema-achtige omgeving (zie afbeelding 1), is het mogelijk om complexe IMKICH processen op te zettenAfbeelding 1 Deze processen (workbenches) kunnen uiteraard hergebruik worden. De visuele aanpak, samen met de drag-en-drop bewerking, maakt van de FME Workbench een fantastische ontwikkelomgeving voor de IMKICH plug-in. Er worden koppelingen gemaakt door transformers van de gerelateerde (applicatie) data te verbinden met de features van de IMKICH plug-in. Zo kunt u de conversie vice versa totstandbrengen (zie afbeelding 2).Afbeelding 2 Het wordt dus steeds belangrijker dat data snel en op kostenefficiënte wijze kunnen worden uitgewisseld. FME ligt als een schil over GIS-database heen.